Interview met lesgeefster Marieke Vernooij

Marieke geeft op vrijdagochtend van 10.00 tot 12.00 uur Nederlandse les aan een groep van zo’n 10 tot 12 studenten.

Wie ben je?
Ik heb 40 jaar voor de klas gestaan en Duits en Frans gegeven op een middelbare school in Amsterdam, Naarden en Weesp, als laatste op het Casparuscollege. Ik woon sinds 1976 in de Bijlmer, in Amsterdam Zuidoost en vind mezelf echt een Bijlmerbewoner. Ik ben begonnen in Groenhoven en daarna zijn we naar de Geerdinkhofbuurt verhuisd. In die zin ben ik wel een randfiguur. 

Hoe ben je ertoe gekomen Nederlandse les te komen geven in Stap Verder?
Ik deed al eerder vrijwilligerswerk, van ouderen bezoeken en verstandelijk beperkten tijdens hun vakantie begeleiden tot Nederlandse les geven aan mensen met een psychiatrische achtergrond. Door mijn buurvrouw kwam ik terecht bij Stap Verder. Ik blijf het leuk vinden les te geven en leer daar zelf ook heel veel van. 

Hoe geef je les?
We beginnen altijd met herhaling van wat we de vorige keer gedaan hebben. De studenten komen vaak binnendruppelen. Als nog niet iedereen er is kunnen studenten samen alvast wat oefenen: ik heb kaartjes gemaakt met vragen die ze moeten kunnen beantwoorden, en die nemen ze dan met elkaar door. Om kwart over tien starten we officieel en beginnen we met woorden die ze geleerd hebben en met werkwoorden oefenen, iedere keer een stukje verder. Ik ben meteen begonnen met 10 woorden per week, dus ze hebben inmiddels 100 woorden geleerd. Sommige studenten leren heel langzaam, die hebben toch een boel aan hun hoofd, maar als je veel herhaalt, pakken ze het toch wel op. Nu ze 20 werkwoorden kennen, moeten ze zinnetjes gaan maken en daarna gaan we naar het boek. 

Ik volg het boek vrij precies, maar sla soms een gesprekje over omdat we zelf al veel gesprekjes oefenen. Als er een oefening is om de cd te luisteren dan doen we dat heel vaak, want luisteren is belangrijk. Dat vinden ze ook moeilijk. Ik leg de opdrachten in de oefeningen vaak nog eens uit in het Engels omdat die er toch in te moeilijk Nederlands boven staan. En die twee uur vliegen voorbij vind ik. 

Wat is er leuk aan de les?
De deelnemers aan de les willen heel graag Nederlands leren, we lachen heel erg veel, hebben veel lol met elkaar. Dat ontaardt ook wel eens, maar dan grijpt één van de cursisten in en vraagt of er minder grappen gemaakt kunnen worden, want “we komen hier om serieus les te hebben”, dus zo houden we het grappen maken binnen de perken. 

De eerste les vroeg ik ook of de studenten anderen kenden in de Bijlmer, ze bleken geen familie in Nederland te hebben. Ze vinden het leuk om elkaar tegen te komen, ze wisselen 06 nummers uit, moeders die met baby’s komen hebben veel hulp van de andere lesnemers, de baby gaat van hand tot hand. En ik heb soms het idee dat ik in Afrika terecht ben gekomen. Dan moet een kind de borst hebben, gaat de trui omhoog en niemand die daar vreemd van opkijkt, de moeder geeft gewoon de borst. Dat vind ik heel naturel. 

Als mensen het goed doen, dan moet je hen complimenteren, dat stimuleert. De studenten zijn heel gevoelig voor complimenten, dat doet mensen goed en mij ook. Wat dat betreft is het niet anders dan aan kinderen op school les geven. Mensen waarderen enorm dat je ook aandacht hebt voor de mens achter de lesnemer, even complimenteren met een mooie blouse, of vragen : “je ziet er moe uit, kun je het nog volgen?”

Ik hoorde vanaf het begin dat ik erop voorbereid moest zijn dat veel deelnemers aan de les vaak niet aanwezig kunnen zijn vanwege werk of kinderoppas of andere zaken. Maar ik zie dat bijna iedereen heel trouw aanwezig is. En de helft van mijn lesnemers heeft ook al een boek gekocht, terwijl dat best een uitgave is. Vorige week vrijdag ben ik iets eerder gestopt, en toen ik het huiswerk aan het einde van de les had opgegeven bleef iedereen nog zitten. 

In de les zijn er altijd een paar die nog na elven binnenkomen, na hun werk omdat ze toch die les willen volgen. De rechtenstudent  komt soms nog hijgend binnenracen, die is dan al naar Leiden naar college geweest. 

Dat toont de motivatie aan. Ze merken dat ze wat leren en vinden het leuk om te komen, niet alleen vanwege mij en de les, maar ook vanwege de onderlinge ontmoeting. 

Wat leer jij ervan?
Ik leer ervan hoe mensen reageren op elkaar. Toen we in een klein groepje waren met zo’n vier deelnemers in het begin, kon één van hen mij assisteren in de les, maar nu we met meer zijn moet ik mijn aandacht meer verdelen en krijgen sommigen minder aandacht.

Ik zie hoe sommige letters moeilijk uit te spreken zijn. Technisch de klank goed formuleren is dan een hele toer. Ik leer dan dat ik iemand die het steeds fout doet moet helpen door hem of haar te laten luisteren en kijken naar de andere studenten. Ik laat de studenten ook elkaar lesgeven, door op het bord te komen schrijven. 

Met kinderen ben je meer aan het reguleren, volwassenen kan ik vrijer laten. Als volwassenen moeite blijven houden met iets, ben ik eerder tevreden met het resultaat. Ik stel geen eisen, maar stuur mensen alleen. Ik ben minder streng. Als iemand eindelijk het alfabet onder de knie heeft gekregen met veel moeite, applaudisseren we. 

Ik besef dat de mensen zelf heel graag Nederlands willen leren, maar ze hoeven geen diploma te halen. Liever wel natuurlijk, maar sommigen leren heel traag. In de les zitten mensen met meerdere niveaus en dan kan het zijn dat je sommige deelnemers overvraagt. Ik hoef niet perse aan het eind van het seizoen zoveel hoofdstukken af te hebben. 

Deelnemers willen graag huiswerk doen, al komen ze er vaak niet aan toe door drukke bezigheden. Het krijgen van huiswerk is niet vrijblijvend, het geeft hen zelf ook het gevoel dat ze er serieus mee bezig zijn. 

Wat geeft het jou om les te geven?
Voordat ik bij Stap Verder lesgaf had ik wat contact met Surinaamse collega’s maar die woonden niet in de Bijlmer. In de Bijlmer had ik geen contact met andere culturen. Privé heb ik ooit op een gymclubje gezeten met verschillende culturen, maar dan zoekt ieder toch de mensen van eigen cultuur op om samen te sporten. Je merkt dat je niet in contact komt met de andere culturen in de Bijlmer. Ik krijg nu de kans om met die mensen te praten, plezier te hebben, ik vertel wat over Sinterklaas en Sint Maarten, ik kan dus van mijn cultuur wat aan hen kwijt, en hoor veel van de cursisten. Ik leer tussen de regels veel van de eigen cultuur van mensen. Dat vind ik heel leuk. 

Wij zijn als Nederlanders toch heel erg gewend in clichés te denken. We gaan ervan uit dat alle Afrikanen in hutjes hebben gewoond, terwijl velen uit de stad komen. Bij mezelf ontdek ik dat ik dacht dat mensen allemaal geen school hebben gehad, maar ik zie dat hun Engels beter is dan het mijne. Zij begrijpen mij, maar ik hen iets minder. 

Ik vertel natuurlijk aan anderen in mijn kennissenkring wat ik aan het doen ben en dan hoor ik van mensen dat zij nieuwsgierig zijn waar mijn studenten vandaan komen, hoe hun leven eruit ziet, waar ze wonen, waar ze van leven. Op dat soort vragen heb ik vaak geen antwoord, dat weet ik zelf niet eens. 

Ik ben helemaal leeg als ik ervandaan kom, als ik terug fiets naar huis heb ik een heel voldaan gevoel. Ik werk natuurlijk niet meer, maar kan zo nog iets betekenen in de maatschappij. Dat heeft niets met salaris te maken, maar ik mag iets nuttigs doen. 

Ik zit nu al vooruit te denken en denk aan Kerstmis: doen we dan nog iets? Kunnen we een Kerst-inn organiseren? Een kerstdiner? Ik weet, dat enkele cursisten al druk bezig zijn om een Kerstbijeenkomst te organiseren voor alle cursisten en docenten. Het worden vast gerechten uit andere landen. Mmmm….

 
Joomla Templates by Joomla51.com